Arts en patiënt in gesprek tijdens een consult over gezondheid en welbevinden Arts en patiënt in gesprek tijdens een consult over gezondheid en welbevinden

Wat is positieve gezondheid volgens Machteld Huber en waarom doet het ertoe?

Je gaat naar de huisarts met chronische vermoeidheid. Alles wordt gemeten, niets wijst op ziekte. ‘U bent gezond,’ zegt de dokter. Maar jij voelt je allesbehalve gezond. Dit soort momenten bracht de Nederlandse arts en onderzoeker Machteld Huber tot een fundamentele vraag: klopt onze definitie van gezondheid eigenlijk wel? Het antwoord dat ze vond, is inmiddels bekend als positieve gezondheid, en het verandert hoe zorgprofessionals, scholen en gemeenten naar mensen kijken.

Wat is er mis met de klassieke WHO-definitie?

De Wereldgezondheidsorganisatie definieerde gezondheid in 1948 als ‘een toestand van volledig fysiek, mentaal en sociaal welbevinden, en niet slechts de afwezigheid van ziekte of gebrek’. Dat klonk revolutionair voor zijn tijd. Maar Huber zag een groot probleem: ‘volledig welbevinden’ is voor de meeste mensen vrijwel nooit bereikbaar. Iemand met diabetes type 1 of reuma zou dan per definitie ongezond zijn, voor de rest van zijn leven.

In de praktijk leidde deze definitie ook tot medicalisering: elk ongemak, elke afwijking van het ideale plaatje, werd een reden voor behandeling. Mensen werden patiënt in plaats van mens. Huber vond dat de definitie mensen passief maakte en zorgkosten opdreef zonder dat het levens echt beter maakte.

Hoe luidt de definitie van positieve gezondheid?

Machteld Huber herdefinieerde gezondheid als: ‘het vermogen om je aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven’.

In gewone taal: gezondheid gaat niet over het bereiken van een perfect toestand, maar over hoe goed jij omgaat met wat het leven je geeft. Een vrouw van 68 met artrose die haar kleinkinderen opvangt, haar pijn managet en actief blijft in haar buurt, is in dit model een gezond mens, ook al laat haar röntgenfoto iets anders zien.

De zes dimensies van het spinnenwebmodel

Huber werkte haar definitie uit in een visueel model: een spinnenweb met zes dimensies. Samen geven ze een veel completer beeld van iemands gezondheid dan een bloeduitslag ooit kan.

  • Lichaamsfuncties: klachten, pijn, energie, slaap, medicijngebruik.
  • Mentaal welbevinden: emoties, veerkracht, zelfwaardering, gevoel van controle.
  • Zingeving: doelen hebben, ergens voor leven, zinvol bezig zijn.
  • Kwaliteit van leven: geluk, levenslust, hoe je je leven ervaart.
  • Meedoen: werk, vrijwilligerswerk, relaties, sociale rollen.
  • Dagelijks functioneren: praktische vaardigheden, zelfredzaamheid, gezond gedrag.

Het model heet een spinnenweb omdat alle dimensies met elkaar verbonden zijn. Als zingeving inzakt na een ontslag, beïnvloedt dat ook het mentaal welbevinden en de lichaamsfuncties. Geen enkele dimensie staat op zichzelf.

Het cruciale verschil: gezond zijn versus eigen regie voeren

Dit is de kern van Hubers omslag in denken. In het oude model was gezondheid een eindbestemming, een toestand die je had of niet had. In positieve gezondheid is het een dynamisch proces. Jij bent niet gezond of ziek; jij beweegt voortdurend op een spectrum, en jouw vermogen om daarbinnen keuzes te maken telt mee.

Dat klinkt misschien abstract, maar voor iemand met een chronische ziekte is dit bevrijdend. Je hoeft niet ‘beter’ te worden om gezond te leven. Je kunt een stoma hebben, een angststoornis, of slechthorend zijn, en toch regie voeren over je leven, verbindingen onderhouden, betekenis vinden. Dat is gezondheid volgens Huber.

Is dit hetzelfde als positief denken of veerkracht?

Dit is een veelgemaakte verwarring, dus het verdient een duidelijk antwoord: nee.

Positieve gezondheid vraagt niet van je dat je altijd optimistisch bent of pijn wegdenkt. Het is geen zelfhulpfilosofie. Het model erkent expliciet dat mensen klachten hebben, dat leven moeilijk kan zijn, en dat niet iedereen evenveel eigen regie kán voeren vanwege armoede, afhankelijkheid of ziekte.

Het verschil met veerkracht is ook relevant. Veerkracht gaat over terugveren na tegenslag. Positieve gezondheid is breder: het gaat ook over zingeving, meedoen en dagelijks functioneren, ook als er geen crisis is.

Waar wordt het model al toegepast?

Meer dan je misschien verwacht. In huisartsenpraktijken gebruiken doktersassistenten het spinnenwebmodel om niet alleen te vragen ‘wat is uw klacht?’ maar ‘hoe gaat het met u op al deze vlakken?’. Dat gesprek duurt soms vijf minuten langer, maar levert vaak een ander en beter behandelplan op.

In het onderwijs zijn scholen in Nederland en Vlaanderen begonnen met het integreren van de zes dimensies in lesprogramma’s en leerlingbegeleiding. Niet alleen leerresultaten tellen, ook welbevinden en zingeving krijgen een plek.

In het sociaal domein, denk aan gemeenten, wijkteams en maatschappelijk werk, helpt het model om gesprekken met kwetsbare mensen te structureren. Een bijstandsgerechtigde van 45 in Antwerpen die psychische problemen heeft en sociaal geïsoleerd is: een huisarts ziet de depressie, maar de sociale dimensie valt buiten beeld zonder een bredere kijk. Positieve gezondheid brengt dat alles samen.

Wat betekent dit concreet voor jou als patiënt of cliënt?

Als je te maken krijgt met een zorgverlener of hulpverlener die met positieve gezondheid werkt, merk je dat aan het soort vragen dat gesteld wordt. Niet alleen ‘hoeveel pijn heeft u op een schaal van 1 tot 10?’, maar ook ‘wat geeft u energie?’, ‘wat wilt u kunnen doen dat nu moeilijk gaat?’, ‘wie in uw omgeving steunt u?’.

Die vragen kunnen onwennig voelen als je gewend bent dat een doktersbezoek gaat over symptomen en medicijnen. Maar ze leiden tot gesprekken over wat er echt speelt. En daarin zit de kracht van het model: jij wordt gezien als een heel mens, niet als een bundel klachten.

Welke kritiek bestaat er op het model?

Het model van Huber is niet onomstreden. Wetenschappers wijzen erop dat ‘het vermogen tot aanpassen’ moeilijk te meten is. Hoe vergelijk je positieve gezondheid tussen populaties als er geen harde meetlat is? Dat maakt onderzoek lastig en beleidsmakers soms wantrouwig.

Een andere kritiek is dat het model te veel nadruk legt op individuele verantwoordelijkheid. Als gezondheid gaat over eigen regie, wordt het dan de schuld van de patiënt als het niet lukt? Huber zelf benadrukt dat contextuele factoren, armoede, toegang tot zorg, sociale steun, altijd meegewogen moeten worden. Maar in de praktijk zien critici dat dit niet altijd gebeurt.

De wetenschap is het erover eens dat het model een waardevolle aanvulling is op de biomedische kijk, maar niet een vervanging van evidence-based geneeskunde. Het is een gespreks- en denkkader, geen diagnostisch instrument.

Verder lezen en betrouwbare bronnen

Wil je dieper in het onderwerp duiken, dan zijn dit de meest betrouwbare startpunten:

  • Het instituut voor Positieve Gezondheid (iPH) op iph.nl publiceert onderzoek, tools en praktijkvoorbeelden.
  • Hubers originele artikel in The Lancet uit 2011 (‘How should we define health?’) is vrij toegankelijk via PubMed.
  • Het boek ‘Positieve Gezondheid als perspectief’ van Machteld Huber geeft een toegankelijk totaaloverzicht.
  • Gezondheid.be en het Vlaams Instituut Gezond Leven bieden Belgische toepassingen en materialen.

De definitie van Machteld Huber is geen abstract concept dat alleen in beleidsdocumenten thuishoort. Ze geeft taal aan iets wat veel mensen al ervaren: dat gezondheid meer is dan de afwezigheid van klachten. Of je nu een chronische aandoening hebt, mantelzorger bent of gewoon begrijpen wilt waarom je je moe voelt terwijl de dokter zegt dat alles in orde is, het raamwerk van positieve gezondheid stelt andere vragen. Niet ‘wat mankeert er aan je?’, maar ‘wat heb jij nodig om je leven te leven zoals jij dat wilt?’. Dat is een wezenlijk verschil, en voor veel mensen ook een opluchting.